Supercomputer Watson 'wint' de Amerikaanse quiz Jeopardy.
IBM bouwde eerder al Deep Blue, de schaakcomputer die onverslaanbaar bleek. Als opvolger heeft IBM de lat een stuk hoger gelegd: een computer die mee kan doen aan het spelletje Jeopardy. De moeilijkheid aan dit spel is dat de speler niet een antwoord moet geven bij de vraag, maar de vraag moet verzinnen naar aanleiding van een gegeven antwoord. Dit betekent dat spelers goed in staat moeten zijn om het gegeven antwoord te interpreteren. Er is wel gesteld dat als Watson, de naam van de nieuwe computer, zou winnen dat dit de eerste keer is dat een computer slaagt voor de Turing-test. Bij het slagen voor de test is een mens niet meer in staat om onderscheid te maken tussen machine en mens op basis van gegeven antwoorden.
In een serie van drie afleveringen ging Watson de strijd aan met de beste spelers die ooit aan Jeopardy meededen (één van de spelers haalde meer dan een miljoen dollar binnen plus twee auto's). Na één aflevering stond Watson gelijk met één van de spelers, maar na drie rondes won Watson toch glansrijk en kreeg daarmee de hoofdprijs van een miljoen dollar. Die prijs schenkt IBM aan een goed doel, het concern is al 75 miljoen dollar armer met het ontwikkelen van deze nieuwe computer. Al is het natuurlijk erg knap wat deze computer kan, het is natuurlijk niet echt winnen. Hoe kun je als mens nu op tegen een machine die de beschikking heeft over een bijna onmetelijke set kennis en heel snel kan rekenen? Want uiteindelijk komt het toch aan op heel snel rekenen. Watson gebruikt zo'n 100 algoritmes om te bepalen wat het meest waarschijnlijke antwoord (of in het geval van Jeopardy de vraag) is. Watson doet eigenlijk precies het tegenovergestelde van de mens: wij snappen de vraag precies, maar hebben niet alle kennis paraat. Watson heeft alle kennis paraat, maar heeft als uitdaging dat hij eerst de vraag moet begrijpen. Ook het leren van anderen zit er nog niet helemaal in: Watson herhaalde een fout antwoord dat net eerder was gegeven, een mens zou dat niet snel doen.
IBM denkt al na over de commerciële toepassingen van alle opgedane ervaringen. De prestaties van Watson laten zien hoe ver we al zijn om een computer menselijke taal te laten interpreteren en daar vervolgens op te reageren. Jammer dat Watson nu nog bestaat uit een zaal vol servers, maar over een tijdje is vast iets slims verzonnen om al die kennis te ontsluiten via bijvoorbeeld een robot of het web. Spelletjes zullen alleen nooit meer hetzelfde zijn als we niet meer goed weten wie (of vooral wat) onze tegenstander eigenlijk is.