In een grote administratieve organisatie kreeg elk innovatie-idee een top-directeur als sponsor: Geen sponsor, geen innovatieproject. En toch liep het ene project vele malen beter dan het andere. Wij (de innovatieafdeling) kwamen tot de conclusie dat het succes van een innovatieproject voor het allergrootste gedeelte te maken had met passie. En om dat zichtbaar te maken, gebruiken we de passiemeter.
Passie moet in de eerste plaats blijken uit de mate van activiteit. Vraagt de directeur die het project sponsort regelmatig hoe het met het traject gaat? Zijn er ook daadwerkelijk mensen aan de slag? Hoeveel? Hoe vaak? Komt er wel eens wat naar buiten? Proberen de medewerkers die aan het traject werken anderen te enthousiasmeren?
Passie moet ook blijken uit de mate van radicaliteit van de innovatie. Innovatieve ideeën hebben in grote organisaties de neiging om steeds kleiner te worden. Ze worden langs de meetlat van het haalbare gelegd, ingepast in de bestaande processen en afgemeten aan de huidige budgetten. Daardoor blijft er van menig oorspronkelijk briljant idee niet veel meer over dan een slap aftreksel waarover niemand meer enthousiast is. Een zekere radicaliteit is nodig om écht het gevoel te hebben dat er iets groots en in ieder geval vernieuwends op stapel staat. Dan is men gepassioneerd over het nieuwe idee.
De passiemeter is geen absoluut meetinstrument, maar toont de diverse trajecten en projecten in vier kwadranten. En hoewel het absoluut meten van de aanwezige passie voor een idee niet mogelijk is, kan iedereen binnen een organisatie onmiddellijk aangeven of en waar er passie voor een specifiek idee aanwezig is.

1. De innovatietrajecten die weinig vernieuwend zijn, maar waarvoor binnen de organisatie veel passie bestaat, staan in het kwadrant ‘De Lijn’. Deze trajecten kunnen het beste door de normale lijnorganisatie zelf opgepakt worden. Er is passie voor en de complexiteit is relatief gering.
2. Een innovatietraject dat erg vernieuwend is, en dat dus ver van de huidige gang van zaken afstaat, met tegelijkertijd een grote passie binnen de organisatie, noemen we een ‘Gouden Berg’. Het is de vraag of de organisatie ooit in staat zal zijn om dit traject af te ronden, maar alleen al het enthousiasme, de passie, maar veel energie in de organisatie vrij.
3. Innovatietrajecten die vernieuwend en complex zijn, maar weinig tot geen passie ondervinden, zullen altijd vastlopen in de ‘Zandbak’. Ook al wordt er door één of meer managers om het hardst geroepen dat innovatie belangrijk is, en dat we door moeten gaan met dit project, zonder passie zal het vuur langzaam maar zeker doven. Bij dergelijke trajecten geldt: hervindt de passie of zet het traject onmiddellijk stop.
4. Innovatietrajecten die noch vernieuwend, noch gepassioneerd zijn, kunnen gelijk naar de ‘Graveyard’. Het klinkt onwaarschijnlijk dat dergelijke projecten bestaan. Maar in elke organisatie blijven ze doorzieken: projecten waarvoor eigenlijk niemand meer enthousiast is, die nauwelijks iets nieuws aan de organisatie toevoegen, maar toch blijven bestaan. Zonder pardon: expliciet stopzetten.
De passiemeter is geen oplossing voor alle problemen, maar het biedt een goed houvast om eens goed te kijken naar de verschillende projecten die er in een organisatie lopen. Met de passiemeter is snel te zien of een traject gestopt moet worden of een aanpassing nodig heeft.
Projecten kunnen beoordeeld worden, niet aan de hand van budget en doorlooptijd, maar meer fundamenteel: gaat dit wat worden, of kunnen we er beter mee stoppen?
Eenvoudig innoveren is een serie beschouwende blogs met telkens een onderdeel uit het innovatieproces. De onderwerpen staan los van elkaar. Ziet u graag een specifiek onderwerp behandeld: aarzel niet om te reageren of een vraag te stellen.
Volgende keer: Het Google-syndroom