Het is een aardige exercitie om de 10 hypothesen eens na te lopen voor je eigen organisatie. Hoe gaat jouw bedrijf hiermee om?
Wetgeving is een belangrijke driver voor innovatie
De overheid speelt een belangrijke rol door regels te stellen (bijvoorbeeld over maximale uitstoot). Anderzijds zijn belangrijke redenen om te innoveren: publiciteit (het staat leuker om innovatief te zijn) en defensief (de concurrent doet het ook). Slechts af en toe komt de wens naar boven om betere diensten / producten voor klanten te maken.
Organisaties vragen het graag aan de klant
Klantonderzoeken, klachtenbureaus, internetfora: allemaal manieren om het de klant te vragen. Maar het is wel vragen naar de bekende weg, want echt nieuwe behoeften zal de klant zo niet snel formuleren.
Conceptinnovatie steeds belangrijker
Innovatie waarbij bestaande diensten en producten anders gebundeld of anders aangeboden worden. Nauwelijks radicaal, maar wel effectief.
Sterke focus op risico, innovatie mag niet mislukken
Er is weinig begrip en geduld voor mislukkingen bij innovatie. Er is een sterke drang om vooraf alles door te rekenen en analyseren.
Verdedigen van innovaties heeft geen prioriteit
Ondanks alle oproepen tot open innovatie, zijn de meeste organisaties solistisch bezig. Hun nieuwe vindingen beschermen ze echter slecht. Het zal toch wel snel gekopieerd worden, is de stemming.
Het poldermodel is slecht voor innovatie
Eindeloos praten, compromissen en besluiteloosheid zorgen voor grijze innovaties.
Een formeel proces is noodzakelijk voor innovatie
Alleen door de verschillende spelers binnen een organisatie telkens opnieuw te betrekken bij de innovaties, door middel van een gestructureerd proces, blijft er voldoende aandacht. Daarnaast zorgt een structureel proces voor minder budgetproblemen.
Organisaties sturen weinig op de verschillende vormen van innovatie
Vooral kleine, incrementele innovaties krijgen veel aandacht. Er is weinig tijd en ruimte voor meer radicale innovaties.
Innovatiebudgetten worden kleiner
De crisis schept kansen, maar in het algemeen wordt gereageerd door de budgetten voor innovatie te verkleinen
(Middel)grote organisaties innoveren minder
Kleine organisaties zijn heter in het inspelen op plotselinge kansen. Heel grote organisaties kunnen wel wat budget vrijspelen voor innovatie.
De eindconclusie van Braam en Adams:
Organisaties kiezen vooral voor veilig en grijs innoveren. Concepten die dicht bij de huidige product/dienst liggen krijgen de voorkeur. Het gaat vooral om proces- en incrementele innovatie gericht op kostenreductie en korte termijn.
Innovatie die moet leiden tot waardecreatie op lange termijn is onderbelicht.
Eenvoudig innoveren is een serie beschouwende blogs met telkens een onderdeel uit het innovatieproces. De onderwerpen staan los van elkaar. Ziet u graag een specifiek onderwerp behandeld: aarzel niet om te reageren of een vraag te stellen.
Volgende keer: 10 regels voor intrapreneurs
20 September 2010 om 8:01
Stijn Driessen
Het onderzoek is ook zeker niet representatief omdat we hadden gekozen voor een kwalitatief onderzoek. Hierdoor konden we meer de diepte in gaan om zo tot betere inzichten te komen.Wel leuk om te zien hoe je dit oppakt en binnenkort komen we weer met andere resultaten van Oog op Innovatie 2010.
Dare to Differ!
Six Fingers