In hun recente boek 'The new age of innovation' beschrijven ze wat R=G en N=1 betekent voor jouw organisatie.
Professors Prahalad en Krishnan beschrijven hoe tot nu toe individuele bedrijven bezig waren met het aggregeren van behoeften van consumenten en hier middels massaproductie in voorzagen. Er was variatie in kleur, de maat en wat andere zaken, maar dat was het dan wel. Nu zien we een beweging waarbij meerdere bedrijven bezig zijn in het voorzien van behoeften van individuele klanten. En om deze individuele oplossingen aan te bieden kijken organisaties niet meer alleen in hun eigen bedrijf of keten. Ze gebruiken wat nodig is waar het ook ter wereld beschikbaar is. Kortom, het draait allemaal om individuele keuzes (N=1) en globale middelen (R=G).
Op een overtuigende manier beschrijven ze wat dit betekent voor de sociale en technische architectuur van organisaties. Vanuit het middelenperspectief is er bijvoorbeeld behoefte aan processen en data die op een transparante en coherente manier wereldwijd beschikbaar zijn. Anders kan werk niet wereldwijd worden uitgevoerd. Daarnaast moet je nadenken hoe je deze middelen dynamisch kunt inzetten en hoe je anticipeert op de vraag. Vanuit de klantkant moet je weer focussen op individuele voorkeuren en de capaciteit om samen met consumenten vorm te geven aan producten en diensten.
Het mag allemaal een beetje vaag klinken, het boek laat genoeg voorbeelden zien om het levend te maken. Er staat geen simpel recept in hoe je kunt omgaan met al deze trends. De auteurs beschrijven stappen die je moet zetten en de benodigde infrastructuur, maar niet al deze elementen zijn al kant-en-klaar verkrijgbaar of helemaal uitgedacht. Het boek laat echter goed zien dat er enkele stevige strategische consequenties volgen uit de twee formules die op het eerste oog zo simpel lijken.
Een aanbeveling om te lezen!
13 August 2008 om 10:26
Tony
Eckhart is top!