"Het grote probleem het creëren van doorbraak-innovaties is dat het om iets radicaal en nieuw gaat en dat de klant helemaal niet op de hoogte is dat hij/zij deze innovatie nodig heeft. Wil je echte radicale, baanbrekende innovaties creëren dan moet je je juist niet laten leiden door de klant.(Joost Dieben)
Dit brengt mij tot een wijdverbreide vermenging van ‘uitvinden’ en ‘innoveren’.
- Uitvinden is het bedenken van nieuwe technieken, soms nieuwe processen.
- Innoveren is het implementeren van nieuwe of bestaande technieken of processen, zodanig dat er nieuwe functies voor een consument ontstaan.
Lang niet altijd leidt een uitvinding tot een innovatie. In de meeste gevallen blijft een uitvinding alleen bestaan in het hoofd van de uitvinder. Hij/zij vindt geen tijd/geld om de uitvinding tot een werkend prototype of pilot te maken. Maar ook uitvindingen die het tot proefsituatie brengen, en zelfs uitvindingen die op de markt verschijnen, zijn niet altijd inovaties. Of zijn innovaties die weer heel snel verdwijnen.
De mogelijkheid om muziek in een uiterst compacte vorm op te slaan (MP3) bestond al een flinke tijd, toen iemand bedacht dat de consument de draagbaarheid van de walkman wel zou willen combineren met de volledigheid en uitwisselbaarheid van de computer. De eerste MP3-spelers werden op de markt gebracht. Maar zelfs dat zorgde nog niet echt voor een definitieve doorbraak. Daarvoor was nodig dat Apple de MP3-muziekjes op een internet-winkel in de verkoop ging doen, zodat de uitwisselbaarheid optimaal werd. Apple had beter dan alle anderen ‘geluisterd’ naar de wensen en problemen van de klanten.
Een ander voorbeeld uit de maak-industrie: de CD. Toen iedereen nog met cassettes bezig was, waren er weinig consumenten die dachten: ‘oh, had ik maar CD’s’. Toch bestond de laserdisc van Philips al een tijdje, was zelfs op de markt, maar verkocht bijna niet. Pas toen iemand tot de ontdekking kwam dat uitwisselbaarheid, compactheid en robuustheid zaken waren die de klanten waardeerden, en de laserdisc opnieuw werd uitgebracht in een compact formaat (de CompactDisc), werd de uitvinding opeens een innovatie.
En het verschil tussen uitvinding en innovatie is nog pregnanter als we kijken naar de dienstverlening. Per definitie hebben processen die leiden tot diensten voor consumenten als belangrijkste onderdeel: de consumenten. Diensten zijn immers vluchtige zaken die pas bestaan als de klant ze afneemt.
Weliswaar is het lastig om aan een klant te vragen welke diensten hij/zij in de toekomst wenst (daarvoor kent een klant de mogelijkheden niet genoeg, en kan hij zich onvoldoende voorstellen hoe e.e.a. er uit kan komen te zien), maar een klant kan zeer goed aangeven welke problemen hij heeft. Tijdsgebrek, onbekendheid, vragen, onzekerheid: allemaal zaken waarvoor radicaal vernieuwende diensten mogelijk zijn.
En ook voor deze ‘uitvindingen’, ideeën over nieuwe diensten voor consumenten, geldt dat er meer dan genoeg nieuwe ideeën zijn. Het wemelt in Nederland van de uitvinders. Het wemelt van de goede ideeën. De kunst is om enkele van die ideeën op te pakken en daadwerkelijk tot innovatie te brengen. Een goed idee implementeren en door de klant laten gebruiken.
In een serie blogs behandel ik wekelijks een onderdeel uit het innovatieproces. Eerder beschouwend dan actueel, meer over het proces dan over de innovatie-inhoud. De onderwerpen staan min of meer los van elkaar. Het zijn capita selecta. Ziet u graag een specifiek onderwerp behandeld: aarzel niet om te reageren of een vraag te stellen.
Volgende week: Zelf, volgen of kopen?
18 November 2009 om 11:54
Johanna Slot
Leuke discussie. Ik wil graag een verdieping toevoegen vanuit de wetenschappelijke hoek, en wel die zich bezighoudt met innovatie. Ook in de wetenschap is er een stevige discussie over wat innovatie is.In de marketingwetenschap bestaan er twee vormen van innovatie: incrementele innovaite en radicale innovatie. Om radicaal te innoveren moet je aan twee voorwaarden voldoen:
1) het product moet wezenlijke voordelen voor de klant opleveren;
2) het product moet gemaakt zijn met een nieuwe techniek.
Het feit dat een nieuwe techniek wordt 'uitgevonden' is dus niet voldoende als de klant er niet veel meer waarde door krijgt. Andersom is een stevige vergroting van de waarde voor de klant vaak niet mogelijk zonder een technische innovatie.
Het perspectief dat inmenging van klanten niet leidt tot baanbrekende innovaties is bekend, het gaat dan met name over innovatie in de high-tech sector. Klanten zouden niet kunnen bijdragen aan innovatie, omdat zij niet kunnen denken aan producten en oplossingen die nog niet bestaan. En daar gaat het immers om in innovatie. Het lead-user concept, waarmee met niet de gemiddelde klant betrekt in productontwikkeling, maar juist de meest vooruitstrevende klant, kan dan wel werken.
Als het gaat om innovatie in de (high-)tech markt zou ik verder nog willen toevoegen dat veel organisaties buiten hun eigen grenzen kijken. Het daadwerkelijk betrekken (co-creatie, co-development) van leveranciers, klanten en concurrenten om zo aan de benodigde kennis en inzichten te komen is een succesvolle strategie om toch te kunnen blijven innoveren. En zelfs voor doorbraken te kunnen zorgen!